Gedragscode ongewenst gedrag
In onze branche vinden we het belangrijk dat we op een goede en prettige manier met elkaar om gaan. Agressie, seksuele intimidatie, discriminatie, pesten en andere vormen van ongewenste omgangsvormen worden niet getolereerd. Werknemers mogen erop vertrouwen dat elke uiting van ongewenst gedrag onmiddellijk wordt aangepakt. Iedere klacht op dit gebied krijgt onmiddellijk aandacht.
Agressie
- Verbaal: schreeuwen,schelden, beledigen of treiteren
- Fysiek: duwen, vasthouden, slaan, schoppen, bijten of spugen
- Psychisch: beledigen, vernederen, onder druk zetten, bedreigen
Seksuele intimidatie
- Onnodige en ongewenste aanrakingen, dubbelzinnige opmerkingen en gebaren
- Regelmatige opmerkingen over uiterlijk of geaardheid
- Aanstaren, nafluiten of andere geluiden maken, (poging tot) aanranding of verkrachting
Discriminatie
Elke vorm van anders behandelen, uitsluiten of achterstellen op basis van persoonlijke kenmerken zoals geslacht, leeftijd, handicap, ras, levensovertuiging, seksuele geaardheid of herkomst
Pesten
- Het werken onplezierig maken
- Sociaal isoleren of buitensluiten
- Intimideren, bespotten ofroddelen
- Indirect dwarsbomen,zwartmaken bij anderen
- Spullen saboteren
- Kenmerk van pesten is dat het herhaaldelijk of gedurende langere tijd plaatsvindt
Preventie
Om ongewenste omgangsvormen te voorkomen is het van belang dat er duidelijk gecommuniceerd wordt naar alle medewerkers welke normen en waarden er gelden op de werkvloer en dat agressie, seksuele intimidatie, discriminatie en pesten nooit worden geaccepteerd. Voor de dader heeft dit gedrag altijd gevolgen, voor het slachtoffer is altijd ondersteuning. Een werkgever kan deze gedragscode voor zijn bedrijf verder uitwerken voor wat betreft gedragsregels en consequenties. De centrale klachtencommissie werkt het algemene normenkader uit.
Signaleren
Alle leidinggevenden volgen vanaf medio 2020 een training omtrent ongewenste omgangsvormen, bijvoorbeeld de training
“vroegtijdig signaleren” of de training “bewustwording eigen rol”. Met het ontwikkelen van vaardigheden kan de leidinggevende ongewenste
omgangsvormen voorkomen of in een vroeg stadium aanpakken. Ook het hoger management volgt trainingen omdat ondersteuning en aanspreken nodig is voor gedragsverandering in de hele organisatie.
Aanpak
Op het moment dat een medewerker geconfronteerd wordt met ongewenste omgangsvormen kan hij dit melden bij de werkgever. Dit kan de directe leidinggevende zijn, maar ook de naast hogere leidinggevende of (indien aanwezig) een HR functionaris.
Interne vertrouwenspersoon
Indien de werknemer de ongewenste omgangsvormen niet bij de werkgever kan of wil melden, dan moet de medewerker de gelegenheid hebben om zich te wenden tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Dit kan iemand zijn binnen of buiten de organisatie. CAO partijen hebben afspraken gemaakt waaraan de interne vertrouwenspersoon moet voldoen (Bijlage 12 – artikel 6 arbo cao). De vertrouwenspersoon kan de medewerker ondersteunen om het ongewenste gedrag te melden bij de werkgever. De werkgever probeert samen met de medewerker (eventueel ondersteund door de vertrouwenspersoon) om tot een gezamenlijke oplossing te komen.
Centrale vertrouwenspersoon
Als er geen geschikte vertrouwenspersoon is, of als de medewerker niet naar de interne vertrouwenspersoon wil, kan medewerker naar de centrale vertrouwenspersoon, Margriet Maris. Zij is bereikbaar op telefoonnummer 0800 – 0230654. De centrale vertrouwenspersoon kan dezelfde ondersteuning bieden als de interne vertrouwenspersoon. Daarnaast heeft de centrale vertrouwenspersoon een ondersteunende rol naar de interne vertrouwenspersonen.
Klachtencommissie
Als er geen oplossing bereikt kan worden kan de medewerker een klacht indienen bij de klachtencommissie op bedrijfsniveau volgens de geldende procedure. Klik hier voor meer informatie.
Heeft een bedrijf zo’n commissie niet, dan kan de werknemer een klacht indienen bij de Centrale klachtencommissie RAS volgens de volgende procedure. Klik hier voor het reglement klachtencommissie RAS.