Tekst Arbocatalogus – Ongewenst gedrag

Dit onderdeel is aangepast in 2020

Gedragscode ongewenst gedrag
In onze branche vinden we het belangrijk dat we op een goede en prettige manier met elkaar om gaan. Agressie, seksuele intimidatie, discriminatie, pesten en andere vormen van ongewenst gedrag wordt niet getolereerd. Werknemers mogen erop vertrouwen dat elke uiting van ongewenst gedrag onmiddellijk wordt aangepakt. Iedere klacht op dit gebied krijgt onmiddellijk aandacht.

Preventie
Om ongewenst gedrag te voorkomen is het van belang dat er duidelijk gecommuniceerd wordt naar alle medewerkers welke normen en waarden er gelden op de werkvloer en dat agressie, seksuele intimidatie, discriminatie en pesten nooit worden geaccepteerd. Voor de dader heeft dit gedrag altijd gevolgen, voor het slachtoffer is altijd ondersteuning. Een werkgever kan deze gedragscode voor zijn bedrijf verder uitwerken voor wat betreft gedragsregels en consequenties.

Signaleren
Alle leidinggevenden volgen vanaf medio 2020 een training omtrent ongewenste omgangsvormen, bijvoorbeeld de training “vroegtijdig signaleren” of de training “bewustwording eigen rol”. Met het ontwikkelen van vaardigheden kan de leidinggevende ongewenste omgangsvormen voorkomen of in een vroeg stadium aanpakken. Ook het hoger management volgt trainingen omdat ondersteuning en aanspreken nodig is voor gedragsverandering in de hele organisatie.

Aanpak
Op het moment dat een medewerker geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag kan hij dit melden bij de werkgever. Dit kan de directe leidinggevende zijn, maar ook de naast hogere leidinggevende of (indien aanwezig) een HR functionaris.

Interne vertrouwenspersoon
Indien de werknemer het ongewenste gedrag niet bij de werkgever kan of wil melden, dan moet de medewerker de gelegenheid hebben om zich te wenden tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Dit kan iemand zijn binnen of buiten de organisatie. CAO partijen hebben afspraken gemaakt waaraan de interne vertrouwenspersoon moet voldoen, zie onderstaand ‘artikel 6 vertrouwenspersoon op ondernemingsniveau’ deze weergeeft waaraan de vertrouwenspersoon moet voldoen. De vertrouwenspersoon kan de medewerker ondersteunen om het ongewenste gedrag te melden bij de werkgever. De werkgever probeert samen met de medewerker (eventueel ondersteund door de vertrouwenspersoon) om tot een gezamenlijke oplossing te komen.

Centrale vertrouwenspersoon
Als er geen geschikte vertrouwenspersoon is, of als de medewerker niet naar de interne vertrouwenspersoon wil, kan medewerker naar de centrale vertrouwenspersoon. Deze is bereikbaar op telefoonnummer 0800-0230654. De centrale vertrouwenspersoon kan dezelfde ondersteuning bieden als de interne vertrouwenspersoon. Daarnaast heeft de centrale vertrouwenspersoon een ondersteunende rol naar de interne vertrouwenspersonen.

Klachtencommissie
Als er geen oplossing bereikt kan worden kan de medewerker een klacht indienen bij de klachtencommissie op bedrijfsniveau volgens de geldende procedure https://www.ras.nl/cao/bijlagen/klachtencommissie-ongewenst-gedrag-3/ (CAO).
Heeft een bedrijf zo’n commissie niet, dan kan de werknemer een klacht indienen bij de Centrale klachtencommissie RAS volgens de volgende procedure https://www.ras.nl/cao/bijlagen/viiib-klachtencommissie-ongewenst-gedrag/ (CAO).

Algemene informatie: https://www.ras.nl/cao/klachten/als-je-een-klacht-hebt-over-ongewenst-gedrag/

 

Voorbeelden van ongewenst gedrag:

Agressie:
Verbaal; schreeuwen, schelden, beledigen of treiteren
Fysiek; duwen, vasthouden, slaan, schoppen, bijten of spugen
Psychisch; beledigen, vernederen, onder druk zetten, bedreigen.

Seksuele intimidatie:
Onnodige en ongewenste aanrakinen
dubbelzinnige opmerkingen en gebaren
Regelmatige opmerkingen over uiterlijk of geaardheid
Aanstaren, nafluiten of andere geluiden maken
(poging tot) aanranding of verkrachting

Discriminatie:
Elke vorm van anders behandelen, uitsluiten of achterstellen op basis van persoonlijke kenmerken
zoals geslacht, leeftijd, handicap, ras, levensovertuiging, seksuele geaardheid of herkomst.

Pesten:
Het werken onplezierig maken
Sociaal isoleren of buitensluiten
Intimideren, bespotten of roddelen
Indirect dwarsbomen, zwartmaken bij anderen
Spullen saboteren
Kenmerk van pesten is dat het herhaaldelijk of gedurende langere tijd plaats vindt

 

Interne vertrouwenspersoon
Uit klachtenregeling (CAO)
Artikel 6 Vertrouwenspersoon op ondernemingsniveau
1. De vertrouwenspersoon is onafhankelijk en deskundig.
2. Onafhankelijk betekent dat de vertrouwenspersoon bijvoorbeeld geen lid (of familie) is van het management/directieteam of werkzaam is als P&O/HRM-adviseur
3. De vertrouwenspersoon dient over de volgende competenties te beschikken:
• Integriteit
• Communicatieve vaardigheden
• Analytisch vermogen
• Inlevingsvermogen
• Organisatiebewustzijn
• Betrokkenheid
• Initiatief
• Zelfvertrouwen
• Samenwerken
• Visie
• Overtuigingskracht
4. De vertrouwenspersoon heeft een opleiding tot vertrouwenspersoon gevolgd. Deze opleiding is gevolgd bij een van de opleidingsinstituten die genoemd worden op de website van Kiwa en/of NRTO en/of Cedeo.
5. De vertrouwenspersoon volgt her/bijscholing bij een van de opleidingsinstituten op de website van Kiwa/ NRTO/ Cedeo.
6. De vertrouwenspersoon is aanwezig bij intervisiebijeenkomsten.
7. De interne vertrouwenspersonen kunnen gebruik maken van de (gratis) intervisiebijeenkomsten die worden aangeboden door de RAS.
8. Taken van een vertrouwenspersoon zijn:
• Verzorgt de eerste opvang van medewerkers die zijn lastiggevallen en die hulp en advies nodig hebben.
• Bekijkt of een oplossing in de informele sfeer mogelijk is.
• Informeert het slachtoffer over andere mogelijkheden, zoals klachtenprocedures.
• Geeft begeleiding als de medewerker de zaak aan de orde wil stellen bij een klachtencommissie of leidinggevende.
• Verwijst naar andere hulpverlenende instanties, bijvoorbeeld een mediator indien aan de orde.
• Verleent eventueel nazorg.
• Geeft voorlichting over de aanpak van ongewenst gedrag.
• Adviseert (on)gevraagd en ondersteunt leidinggevenden en management bij het voorkomen van ongewenst gedrag.
• Verstrekt aan de hoogste leiding van het bedrijf een geanonimiseerd overzicht van aard en omvang van gevallen van ongewenst gedrag
9. De Vertrouwenspersoon verricht geen handeling ter uitvoering van zijn/haar taak dan met instemming van de betrokken melder.
10. De werkgever dient de Vertrouwenspersoon de nodige faciliteiten te verschaffen waardoor hij/zij op vertrouwelijke wijze schriftelijk dan wel telefonisch kan worden geraadpleegd, zoals het ter beschikking stellen van een spreekkamer en/of een eigen telefoonlijn, afspraken over het ongeopend laten van aan hem/haar geadresseerde post en dergelijke.

Artikel 7 Voorkoming benadeling vertrouwenspersoon
1. De Vertrouwenspersoon is voor de uitvoering van zijn/haar taken uitsluitend verantwoording schuldig aan de werkgever en geniet bescherming ter garantie van zijn/haar onafhankelijkheid.
2. De Vertrouwenspersoon kan niet worden verplicht mededelingen te doen aan de werkgever omtrent hetgeen hem/haar in zijn/haar functie is meegedeeld.
3. Een Vertrouwenspersoon zal door de werkgever niet worden belemmerd dan wel geschaad in zijn/haar positie, mogelijkheden of kansen binnen de onderneming door het enkele feit dat hij/zij een dergelijke functie vervult en de bij die functie behorende taken uitvoert.
4. Indien een Vertrouwenspersoon van mening is, dat ten opzichte van hem/haar in strijd hiermede wordt of is gehandeld, kan hij/zij hierover een klacht indienen bij de Klachtencommissie RAS.

Bekijk deze website als

Deze website maakt gebruik van cookies.