CAO

Voorkoming en bestrijding ongewenst gedrag

  1. Agressie, (seksuele) intimidatie, discriminatie, pesten en andere vormen van ongewenst gedrag worden niet getolereerd. De werkgever draagt er zorg voor dat elke uiting van ongewenst gedrag onmiddellijk wordt aangepakt. Iedere klacht van een werknemer op dit gebied verdient en krijgt onmiddellijke aandacht.
  2. Indien een werknemer wordt geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan hij dit melden bij de werkgever. Dit kan de directe leidinggevende zijn, maar ook de naast hogere leidinggevende of (indien aanwezig) een HR functionaris.
  3. Indien de werknemer het ongewenst gedrag niet bij de werkgever kan of wil melden, dan moet de werknemer de gelegenheid hebben om zich te wenden tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Dit kan iemand zijn binnen of buiten de organisatie van werkgever. De vertrouwenspersoon kan de werknemer ondersteunen om het ongewenste gedrag te melden bij de werkgever. Het profiel waar de interne vertrouwenspersoon aan dient te voldoen is uitgewerkt in artikel 6 bijlage 12 CAO.
  4. De werkgever probeert samen met werknemer (eventueel ondersteund door de vertrouwenspersoon) tot een gezamenlijke oplossing te komen.
Deze website maakt gebruik van cookies.