Jouw werkgever mag jou in deze gesprekken niet alles vragen. Dat stelt de Wet Verbetering Poortwachter zo mag hij NIET naar medische informatie vragen:
- Medische details
Je werkgever mag jou niet vragen naar de aard en oorzaak van de ziekte. Jij hebt het recht om je ziektebeeld niet te vermelden. Als je dit zelf wil mag je hierover natuurlijk wel vertellen. - Diagnose en behandeling
Je werkgever mag geen diagnoses stellen, geen behandeling voorstellen en geen mening uitspreken over de klachten die je ervaart.
Jouw werkgever mag jou wel vragen naar de mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Dit kan in eigen of passend werk. Denk actief mee als jouw werkgever aan jou vraagt om zoveel mogelijk zelf met voorstellen te komen over wat nog wél kan.
Het is belangrijk dat het contact met jouw werkgever makkelijk blijft. Voel je toch een drempel om contact te hebben? Praat daarover met je werkgever. Zo kun je samen blijven zoeken naar wat werkt.
Jouw werkgever zal jou vragen naar een terugkeer naar werk. Hij zal daarvoor open vragen stellen: dit zijn vragen die starten met wie, wat, waar, wanneer en hoe. Deze vragen kunnen niet met ja of nee beantwoord worden. Zo helpt je leidinggevende jou om actief mee te denken over jouw re-integratieproces. Denk aan de volgende vragen:
- Hoe gaat het met je?
Hiermee toont je leidinggevende interesse in jou. Hoe opener en duidelijker je bent, hoe beter je leidinggevende je kan helpen. Gaat je herstel niet zoals je had verwacht? Bespreek dit dan met je werkgever. Doe dit op basis van je beperkingen én mogelijkheden. Vertel je werkgever hoe lang je denkt niet te kunnen werken. Maar ook wanneer je weer wel kunt werken. Je kunt bijvoorbeeld antwoorden: ‘Het gaat hetzelfde als vorige week. Hopelijk ga het snel beter’, als er geen vooruitgang is. Of: ‘Ik merk kleine vooruitgang. Ik denk dat ik over een paar dagen weer een paar uur kan werken.’ Als je dit laat weten, kunnen jullie samen afspraken maken. - Hoe gaat het met de gemaakte afspraken?
Deze vraag gaat over de afspraken tussen jou en je werkgever. Hoe gaat het met je herstel en de mogelijkheid om weer te gaan werken? Deze vraag is belangrijk, omdat een plan maken nog niet betekent dat alles volgens plan gaat. Soms gaat het beter dan verwacht, soms niet. Het is belangrijk om duidelijk te zeggen wat goed gaat en wat niet goed gaat. Leg ook uit waarom iets niet lukt en bedenk zelf oplossingen. Bespreek wat jij denkt dat beter gaat werken en leg uit waarom.
Stel je bent aan je knie geopereerd. Je kunt bijvoorbeeld antwoorden: ‘Ik kan inmiddels mijn been bewegen, maar ik kan nog niet knielen of mijn knie goed bewegen. Daarom kan ik nog niet werken. Als ik toch ga werken, duurt mijn herstel langer; ik kan zelf terugvallen en langere tijd ziek blijven. Dat wil ik niet.’
Wil je niet vertellen waarom je ziek bent? Dan kan je vertellen dat je nog niet kan werken. Dit is een voorbeeld van hoe je dit kan zeggen: ‘Ik zie een klein beetje vooruitgang. Dit is niet genoeg om weer te gaan werken. Als ik nu toch ga werken, word ik zieker en dan blijf ik langer ziek thuis. Dat wil ik niet. Ik kan je volgende week bellen om weer te praten over mijn herstel en terugkeer naar werk. Hoe laat zal ik je volgende week (dag noemen) bellen? Deze afspraak noteer ik meteen in de agenda van mijn telefoon.’
Stel je bent twee weken geleden door je rug gegaan of herstellende bent van een hernia. Je kunt dan bijvoorbeeld antwoorden: ‘ik heb goed uitgerust. Ik merk dat lopen van bed naar het toilet steeds minder moeite kost. Ik voorzie dat ik volgende week ook door het huis kan lopen. Als dat zo is, ga ik korte wandelingen maken zodat ik sneller kan herstellen en sneller kan terugkeren naar werk. Zullen we volgende week met elkaar bellen om te kijken of ik vooruitgang boek en snel weer kan werken?’
Wil je weinig inhoudelijk vertellen over de reden van je ziekte? Dan kan je deze vraag zo beantwoorden: ‘Ik merk verbetering. Werken zou misschien binnenkort lukken. Daarom wil ik proberen over een week weer te gaan werken. Ik wacht deze week mijn herstel af. Zal ik je maandag om 9:00 uur bellen? Dan bespreken we mijn eventuele terugkeer naar werk volgende week. Misschien kan ik volgende week beginnen met werken maar eerst met minder uren om te kijken of het lukt. Deze afspraak noteer ik meteen in de agenda van mijn telefoon.’ - Heb je het gevoel dat je zelf kunt meedenken en beslissen over je werk, je herstel en het verloop?
Zo wordt namelijk duidelijk waar je zelf stappen kunt zetten. Maar ook waar je samen met je werkgever naar moet kijken. Denk bijvoorbeeld aan het meebeslissen over je werktijden of taken die je tijdelijk wel of niet doet. Of over het tempo waarin je je werk opbouwt. - Wat heb je nog van jouw werkgever of anderen nodig om terug te komen op je werk?
Het is belangrijk dat jij na blijft denken over wat nodig is om weer aan het werk te kunnen gaan. Jij weet immers het beste waarom je niet alles kunt doen. En wat ervoor nodig is om dit wel weer te kunnen. Weer alles kunnen en blijvend inzetbaar zijn is een taak voor jou en je leidinggevende samen.Vraag waar nodig ondersteuning aan je leidinggevende, zoals informatie over ziekteverlof, andere vormen van verlof, rechten, plichten en beschikbare mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. - Wanneer denk je dat je weer volledig en blijvend aan het werk kunt?
Hiermee geef jij een inschatting van- wanneer jij denkt weer (blijvend) aan het werk te zijn
- of dit realistisch en haalbaar is.
- Waar en hoe blijven we in gesprek?
- Maak afspraken over het volgende contactmoment. Dit doe je om met je werkgever te spreken over jouw situatie en herstelproces. Denk je dat dit geen nut heeft? Spreek dan toch met je werkgever, het is goed om regelmatig contact met elkaar te hebben.
- Bespreek samen een datum voor een afspraak. Ook als je je na een week nog niet hersteld hebt gemeld.
- Zorg voor een open communicatie. Zo kunnen jullie beiden vragen en zorgen bespreken. Denk ook hieraan: als je je zorgen of problemen deelt, kun je samen naar een oplossing zoeken. HR of je leidinggevende kan met je meedenken. Zo kom je misschien op een oplossing waar je zelf niet aan dacht.
- Het is goed om samen een vervolgafspraak te maken. Doe dit na afloop van elk gesprek tussen jou en je werkgever. Het is het beste als dit een concrete afspraak is. Maar wel één die goed voelt voor beiden. Je leidinggevende neemt hiervoor het initiatief.
Een voorbeeld van zo’n afspraak is: ‘Op basis van jouw voorstel spreken wij af dat jij (medewerker) over een week op woensdag om 10 uur telefonisch contact met mij (werkgever) opneemt.
Het voeren van zo’n gesprek is niet altijd makkelijk, vooral niet wanneer het proces even moeizaam verloopt. Daarom hier een paar tips voor een goed gesprek:
- Maak tijd en ruimte
Voer het gesprek in rust, zonder afleiding, en plan er ook voldoende tijd voor in. Een rustig gesprek is vaak beter dan een gehaaste vraag tussendoor. Je leidinggevende zal overwegen om met jou fysiek af te spreken op een neutrale plek, bij jou thuis of bijvoorbeeld een wandeling te maken. - Let op je toon en houding
Wees open in het gesprek en wees actief betrokken. Je leidinggevende zal vanuit een positieve intentie en nieuwsgierigheid open vragen stellen om met je in gesprek te komen. - Stel zelf ook vragen en luister naar elkaar
Stiltes zijn niet erg. Laat elkaar uitpraten en vat geregeld samen wat je allebei hoort.
Stel vragen als iets je niet duidelijk is. - Wees niet bang om hulp te vragen
Niemand hoeft alles zelf op te lossen. Noteer belangrijke vragen voor jezelf en bespreek die met je leidinggevende en/of HR. - Maak samen een vervolgstap
Sluit altijd af met een concreet contactmoment. Zo blijft er verbinding. Wil je na het gesprek nog iets zeggen? Omdat je er later over nadenkt? Wacht dan niet te lang.
Praat er snel over. Zo voorkom je problemen of vertraging.
Je hebt niet alleen contact met jouw werkgever. Ook moet je de bedrijfsarts informeren.
- Zorg ervoor dat de bedrijfsarts of arbodienst, voor zover nodig, op de hoogte blijft van hoe het met je gaat.
- Je wordt opgeroepen voor een afspraak met de bedrijfsarts. Dit gebeurt uiterlijk in de zesde week van ziekte. Dit is nodig om samen met jouw werkgever een Probleemanalyse op te kunnen stellen. Hierin staat wat er aan de hand is én wat nog wél kan. Zo wordt duidelijk hoe je weer aan het werk kunt.
- Ga naar de bedrijfsarts als je wordt opgeroepen. Jouw werkgever heeft gezorgd dat jij opgeroepen wordt. Hij geeft aan de bedrijfsarts of arbodienst de vragen door die hij heeft. Zelf kun je in het gesprek met de bedrijfsarts jouw vragen stellen.
Al deze acties zijn de voorbereidingen op het maken van het Plan van Aanpak. Dit moet in de 8e week. Jij hebt invloed op dit Plan.
- Denk zelf zoveel mogelijk na over hoe jij weer aan het werk kunt. Kun je zelf geen ideeën bedenken? Geef dan aan wat voor jou geen probleem is om te doen. Je werkgever kan dan misschien met ideeën komen.
- Neem alvast het Plan van aanpak van UWV door. Daarin staat wat er in de komende weken nodig is voor het opstellen van jullie Plan van aanpak.
- Stel samen met je werkgever een Plan van Aanpak op, als jij na acht weken niet weer aan het werk bent. Dit Plan wordt gebaseerd op de Probleemanalyse van de bedrijfsarts. In dit Plan worden de afspraken opgenomen over jouw terugkeer naar werk.
Tot slot: houd alles goed bij. Schrijf berichten, afspraken en stappen op. Bewaar dit in je eigen dossier. Jouw werkgever kan je daarbij helpen: hij kan van elk contact een kort verslag met afspraken maken voor het re-integratiedossier.