WERKWIJZER ZIEKTEVERZUIM

Voor werkgever

Blijf op de hoogte

Ontvang updates over wijzigingen binnen de werkwijzer ziekteverzuim en relevante informatie direct in je mailbox.

Preventieve gesprekken voeren

Preventie / Preventieve gesprekken voeren

Schoonmaakwerk is zwaar werk. Daardoor kan je medewerker klachten krijgen. Soms heeft dat invloed op wat je medewerker nog wel en niet meer kan in het werk. En daarmee op het werkplezier van je medewerker en op de organisatie van het werk. 
Dit wil je als werkgever snel weten. Want dan kan jij de problemen, die hierdoor ontstaan, snel oplossen. Dat begint met goed contact en aandacht voor je medewerkers. Zo herken je problemen op tijd en kun je samen oplossingen vinden. Heb daarom een goed contact en aandacht voor je medewerkers. Dan voelen zij zich ook veilig om bij jou te komen als er problemen zijn. Maar praat ook zelf met je medewerker en begin een gesprek. Zo herken je problemen op tijd en kun je samen oplossingen vinden.

Maar wat mag je eigenlijk vragen? En hoe doe je dat op een respectvolle manier? Weet dat je niet alle vragen mag stellen als werkgever of leidinggevende. Zo mag je geen vragen stellen over welke klachten je medewerker heeft. Wel mag je vragen naar de beperkingen die je medewerker heeft.
Hierin vind je de antwoorden op deze vragen en krijg je praktische tips voor een goed gesprek.

1. Vraag hoe het gaat

Je mag altijd vragen hoe het gaat. Wacht niet tot een jaargesprek of een ziekmelding. Doe het daarvoor, dan kun je uitval misschien voorkomen. Dat kan via een informeel gesprek in de gang, in de kantine of op een personeelsfeest. Stel in het gesprek open vragen. Dat nodigt je medewerker uit om zijn of haar verhaal te doen. Dan voelt de medewerker zich vaak vrij genoeg om informatie met je te delen. Plan daarnaast regelmatig een persoonlijk gesprek in met je medewerker. Merk je dat je medewerker klachten of problemen heeft? Bespreek dat ook in een persoonlijk gesprek. Zo kun je op tijd signalen opvangen. 
Stel in alle gevallen open vragen zoals:

  • Hoe gaat het met je?
  • Hoe gaat het op je werk?
  • Hoe lukt het je om alle taken goed af te krijgen?
  • Wat doe je als er taken zijn die je zwaar of lastig vindt?
  • Hoe is jouw werk-/privébalans?
  • Hoe gaat het thuis? Hoe gaat het met je partner en kinderen?
  • Welke sporten of hobby’s beoefen je?

Het gaat erom dat je laat merken dat je betrokken bent. En dat je wil meedenken over wat iemand nodig heeft om het werk goed te kunnen doen. Je mag gerust ook vragen naar eventuele mantelzorgtaken. Die maken de belasting op je medewerker namelijk alleen maar groter.
Zo laat je zien dat je betrokken bent bij je medewerker en dat je het ook over andere dingen kunt hebben dan alleen de werkzaamheden.

2. Maak tijd voor je mensen

Ook als je het druk hebt: je medewerkers zijn je belangrijkste taak. Plan regelmatig een kort gesprekje. Dat hoeft niet lang te duren maar geeft jou wel veel informatie. Plan voor elke medewerker dus regelmatig een persoonlijk gesprek in.
Met zo’n gesprek geef je aandacht aan je medewerker. Je laat zien dat je medewerker jouw tijd waard is. Even aandacht geven kan al veel verschil maken.
Als je merkt dat iemand moe is, veel fouten maakt of zich terugtrekt, ga dan ook het gesprek aan. Wacht niet tot het te laat is. Vroeg signaleren helpt om uitval te voorkomen.

3. Zorg voor een veilige werksfeer

Een medewerker moet zich veilig voelen om iets te zeggen. Laat merken dat alles bespreekbaar is. Een veilige werksfeer is dus heel belangrijk. Niet alleen om lekker te kunnen werken. Maar ook durven medewerkers dan eerder aan te geven wat ze nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Of dat het niet goed gaat of juist dat ze ambitie hebben om verder te ontwikkelen. Geef zelf het goede voorbeeld, wees open, eerlijk en wees zorgvuldig met en maak geen misbruik van de informatie die je als leidinggevende krijgt. Zorg dus ook voor:

  • Een respectvolle omgang met elkaar
  • Duidelijke afspraken
  • Ruimte om nee te zeggen
  • Vertrouwen en begrip

4. Let op signalen van overbelasting

Schoonmaakwerk is fysiek zwaar. Vaak kun je al vroeg signalen van overbelasting zien. Let dus op signalen zoals:

  • Vermoeidheid.
  • Klachten aan rug, schouders of knieën.
  • Klagen over pijn, stress of prikkelbaarheid.
  • Minder motivatie of meer fouten.

Bespreek deze signalen rustig met je medewerker. Bespreek of jouw indruk van overbelasting juist is. Vraag wat iemand nodig heeft om het werk vol te houden. Misschien is een andere taak, meer pauze of andere materialen en middelen nodig.

5. Stimuleer eigen regie bij jouw medewerkers

Moedig je medewerkers aan om zelf aan te geven wat ze nodig hebben zodat ze bij vragen en problemen bij jou durven aankloppen. Alhoewel medewerkers een eigen verantwoordelijkheid hierin hebben, durft niet iedereen dit uit zichzelf te zeggen. Vraag daarom ook regelmatig:

  • Hoe gaat het met je?
  • Wat heb je nodig om je werk goed te doen?
  • Wat zou je willen veranderen?

Met dit soort vragen kan een gesprek met je medewerker ontstaan. Hierdoor help je je medewerker om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Dit noemen we eigen regie.

6. Werk aan werkplezier

Iedereen wil met plezier werken. Dat geeft energie. Werk daar als werkgever aan. Geef complimenten, toon waardering en vier ook keine successen. Want medewerkers die met plezier werken, melden zich minder snel ziek. Jij hebt de sleutels voor dat werkplezier in handen. Zorg voor een fijne sfeer in je organisatie. Geef complimenten, toon waardering en maak ruimte voor een grapje of een praatje.
Wat helpt is om:

  • Positieve aandacht geven
  • Kleine successen vieren
  • Samen iets leuks doen
  • Elkaar beter leren kennen
  • Actie te nemen als jouw medewerkers aangeven dat er iets beter kan. Dit kun je ophalen uit de gesprekken met je medewerkers en/of uit een medewerkerstevredenheidsonderzoek.

7. Let op balans werk-privé

Een gezonde werk-privé balans is belangrijk om het werk vol te houden. Als een medewerker te veel werk heeft (op het werk of thuis) kan dat leiden tot overbelasting. Uitval dreigt dan. Vraag af en toe hoe het thuis gaat. Als iemand veel zorgtaken heeft of slecht slaapt, kan dat invloed hebben op het werk. Help je medewerker om een goede balans te vinden.
Wat kun je doen?

  • Flexibel omgaan met werktijden (bespreek dit eventueel ook met de opdrachtgever)
  • Pauzes stimuleren
  • Privétijd respecteren. Keur regelmatig of vaak langer doorwerken in eigen tijd niet goed. Soms blijkt dat het werk structureel niet binnen de afgesproken tijd gedaan kan worden. Ga dan in overleg met de medewerker over waarom dit zo is. Is er sprake van een te hoge werkdruk omdat er meer werk is dan tijd? Maak dan gebruik van de werkdrukmeter en luister naar wat je medewerker daarover te vertellen heeft. Bespreek een reële werkdruk eerst met je medewerker en vervolgens met de opdrachtgever. Doe er wat aan om uitval te voorkomen.

8. Geef het goede voorbeeld

Als jij goed voor jezelf zorgt, laat je zien dat het normaal is om goed voor jezelf te zorgen. En geef je het goede voorbeeld. Praat over werkdruk en geef aan waar je grenzen liggen. Neem pauzes, eet gezond, beweeg en geef je grenzen aan. Zo maak je dat gedrag vanzelfsprekend voor je team.

9. Het gesprek voeren

Wil jij als werkgever verzuim helpen voorkomen en je leidinggevenden versterken in het voeren van preventieve gesprekken? In de gratis Workshop Verzuimgesprekken Voeren leren zij hoe zij tijdig signalen oppakken en effectief het gesprek kunnen aangaan met medewerkers.

Meer informatie en aanmelden

Tot slot

Verminderde inzetbaarheid op het werk begint vaak met kleine signalen en kan leiden tot ziekteverzuim. Door goed contact, aandacht en een veilige sfeer kun je veel voorkomen. Laat zien dat je er bent, luister en denk mee. Zo houd je je medewerkers gezond, gemotiveerd en met plezier aan het werk.

Preventie Kort verzuim Middellang